Slechts weinig werken in de muziekgeschiedenis kunnen zich de titel 'baanbrekend' toekennen. De triosonates van Arcangelo Corelli behoren daartoe. Met zijn Sonate da chiesa Op. 1 en Sonate da camera Op. 2 legde Corelli, respectievelijk in 1681 en 1685, de basis voor een genre dat bijna honderd jaar lang het gezaghebbende genre in de kamermuziek zou zijn. Pas in 1781 werd het overtroffen door de Strijkkwartetten Op. 33 van Joseph Haydn, die eveneens een baanbrekende reeks werken vormden. Vanuit historisch oogpunt is zelfs het strijkkwartet een 'kind' van de triosonate; Corelli's betekenis als grondlegger van het Europese kamermuziekgenre kan dan ook niet genoeg worden benadrukt.
Daarom publiceert de Wiener Urtext Edition ter gelegenheid van de 300e sterfdag van de componist een representatieve selectie van twaalf van de in totaal 48 triosonates. Deel 1 bevat zes sonates van het Da Chiesa-model, deel 2 zes representatieve stukken van het Da Camera-type. De nieuwe uitgave is gebaseerd op originele uitgaven, de eerste Italiaanse herdrukken en de belangrijke Amsterdamse uitgave van Roger. Naast partijen voor de melodie-instrumenten bevat de nieuwe uitgave ook een continuo-partituur met een uitgewerkte, gemakkelijk speelbare basso continuo. Op basis van dit materiaal en vanwege de gemiddelde technische eisen is de uitgave uitermate geschikt om te beginnen met het spelen van kamermuziek.