Johann Sebastian Bachs zes driestemmige sonates, BWV 525-530, beter bekend als orgeltriosonates, behoren tot de meest meesterlijke werken die Bach voor één instrument schreef. Zelfs de vroege Bach-biograaf Johann Nikolaus Forkel prees ze: "Men kan niet genoeg zeggen over hun schoonheid." Forkel noemt ze "Sonates of trio's voor twee klavieren met verplicht pedaal." Of ze als één werk gecomponeerd zijn, blijft onzeker. De sonates werden kort na 1727 in Leipzig gecomponeerd.
De derde van deze sonates wordt hier gepresenteerd in de oorspronkelijke toonsoort D mineur. Volgens de gebruiken van Bachs tijd is dit ingenieuze werk opnieuw bewerkt voor twee violen en basso continuo. Deze uitgave volgt de oorspronkelijke tekst van de orgeltriosonate in notatie en versiering.
Delen: