De altviool wordt vaak niet erkend als een instrument dat een solistische rol kan vervullen, maar dit is volkomen onterecht. In 1738 schreef Johann Philipp Eisel al over de altviool als "het diepste van de muziek" en benadrukte hij dat het instrument niet alleen nodig was om het orkestgeluid te verrijken, maar ook als "concertstem, wat volledig bewezen wordt door de concerten en concertouvertures van de beroemde Capell-Meister Telemann". Telemanns Concerto in G majeur wordt beschouwd als een van de vroegste werken voor solo altviool en orkest en maakt deel uit van het kernrepertoire voor leerlingen en studenten. In onze Urtext pianobewerking heeft specialist Kai Köpp informatie verstrekt over de historische uitvoeringspraktijk.