Net als in al zijn latere kamermuziekwerken ontpopt Ravel zich ook in zijn pianotrio uit 1914 als een vernieuwer van traditionele vormen en technieken. Zo sluit het "Passacaglia"-deel aan bij de onderliggende vorm van de barokperiode. De muziek zelf was echter, volgens Ravel, "als die van Saint-Saëns", wat ongetwijfeld ironisch bedoeld was. Het historiserende sjabloon diende immers slechts als kader voor experimenten met muzikale idiomen: van een constante afwisseling tussen majeur en mineur tot combinaties en overlappingen van de meest uiteenlopende maatsoorten. De vingerzetting voor onze editie van dit technisch zeer veeleisende werk werd verzorgd door de gerenommeerde Franse pianist Pascal Rogé.