De compositie 'Le Tombeau de Couperin' van Maurice Ravel, ontstaan tijdens de Eerste Wereldoorlog, werpt een weemoedige blik op het verleden, terwijl het tegelijkertijd boordevol moderne muziekelementen zit. Elk van de zes delen is opgedragen aan vrienden die in de strijd zijn gesneuveld. In 1919 arrangeerde Ravel vier van deze delen voor groot orkest, waarbij hij op meesterlijke wijze melodielijnen en klankkleuren ontleende aan de pianobewerking. In deze nieuwe bewerking, geschreven voor het Stella Piano Trio, zijn deze elementen aangepast aan de instrumentatie en hun onderlinge verhoudingen. Net als in Ravels orkestratie is elke noot in acht genomen, ook al speelt de cello soms een melodie die een octaaf lager ligt dan het origineel.