Net zoals Johannes Brahms had gedaan met zijn Opus 120, voorzag Reger ook zijn Sonate opus 107 van partijen voor twee alternatieve solo-instrumenten: "Ik zal de klarinetpartij ook voor altviool arrangeren, zodat het werk ook op die manier gespeeld kan worden" (brief aan zijn uitgever). Hij wilde de arrangementen voor de altvioolpartij absoluut niet aan de uitgever overlaten, aangezien hier en daar legato-bogen moesten worden aangepast en octaafverschuivingen moesten worden gemaakt - "alleen ik kan dit werk doen!" Het welluidende middenregister van de altviool benadert dat van de klarinet, maar geeft het werk toch een eigen timbre. Altviolisten zullen deze Urtext-editie ook waarderen vanwege de praktische vingerzettingen en strijktechniek.