Het Klarinetkwintet, K. 581, van Wolfgang Amadeus Mozart werd in 1789 geschreven voor de klarinettist Anton Stadler. Een klarinetkwintet is een werk voor één klarinet en een strijkkwartet. Hoewel het oorspronkelijk voor bassetklarinet werd geschreven, wordt het in hedendaagse uitvoeringen meestal gespeeld op een klarinet in A.
Het is Mozarts enige voltooide klarinetkwintet en een van de vroegste en bekendste werken die speciaal voor dit instrument zijn geschreven. Het blijft tot op de dag van vandaag een van de meest bewonderde werken van de componist.
Soms wordt het kwintet ook wel het Stadlerkwintet genoemd; Mozart beschreef het zo in een brief uit april 1790. Mozart schreef in 1786 ook een trio voor klarinet, altviool en piano voor Stadler, het zogenaamde Kegelstatttrio. Stadler was een vriend van Mozart en een zeer getalenteerd klarinettist.
De componist gaf aan dat het werk op 29 september 1789 voltooid was. De première vond plaats op 22 december van hetzelfde jaar, tijdens een van de vier jaarlijkse Weense uitvoeringen van de Tonkünstler-Societät, een organisatie die pensioenen verstrekte aan weduwen en wezen van musici. Het hoofdprogramma was een cantate, Il natale d'Apollo, van Vincenzo Righini; Mozarts werk werd tussen de twee delen van dit werk uitgevoerd. De solopartij voor klarinet werd gespeeld door Stadler, de eerste vioolpartij door Joseph Zistler (1744-1794).
Het werk bestaat uit de volgende vier delen[3] en heeft, met de beoogde herhalingen, een duur van tussen de 31 en 38 minuten, meestal ongeveer 35 minuten.