In Händels tijd toonde het Londense muziekpubliek grote belangstelling voor opera. Kort na de première van een nieuwe opera verschenen vereenvoudigde versies van de belangrijkste aria's, waardoor het publiek ze kon meezingen en meespelen. Een van deze versies wordt bewaard in een bibliotheek in Den Haag: de vocale partij van het origineel wordt overgenomen door de viola da gamba, de fluit speelt de partij van de eerste viool en de continuo blijft behouden, bij voorkeur gespeeld op een klavecimbel.
Deze zeven aria's voor drie bieden ons ook vandaag de dag de mogelijkheid om Händel-aria's puur instrumentaal te leren en uit te voeren. De fluitpartij kan worden gespeeld op een dwarsfluit of een blokfluit in D. Bovendien geven deze partituren inzicht in de gebruiken en behoeften van muziekontvangst in een tijd vóór de opname van muziek.
Deze zeven aria's voor drie bieden ons de mogelijkheid om Händel-aria's in een puur instrumentale setting te leren en uit te voeren.
Delen:
Bezetting: dwarsfluit, viola d a gamba en basso continuo.