De naam Mahler is zo nauw verbonden met de symfonie en het lied dat weinig bekend is hoe intensief hij zich tijdens zijn studie aan kamermuziek heeft gewijd. Van zijn talrijke pogingen op dit gebied is slechts één pianokwartet bewaard gebleven, gecomponeerd tussen 1876 en 1878, en daarvan slechts het eerste deel in zijn geheel. Dit laatste werd pas in de jaren zestig herontdekt en voor het eerst gepubliceerd in 1973. Hoewel Brahms onmiskenbaar zijn voorbeeld is, bevat het kwartetdeel voldoende individuele – en ook onconventionele – elementen, zoals de bijna symfonische behandeling van de piano, om het in onze Urtext-collectie op te nemen. Daarnaast hebben we een appendix "voor studiedoe doeleinden" toegevoegd met Mahlers fragmentarische schets voor een volgend deel, een scherzo voor dezelfde instrumentatie.