Bruckners meerdere, Joseph Hellmesberger sr., verzocht Bruckner om een strijkkwartet. In plaats van een strijkkwartet componeerde Bruckner een altvioolkwintet, waaraan hij in december 1878 begon en dat hij op 12 juli 1879 voltooide. Bruckner droeg het kwintet op aan hertog Maximilian Emanuel in Beieren. Toen Hellmesberger de partituur bekeek, vond hij het scherzo te moeilijk voor het ensemble. Als reactie daarop schreef Bruckner een minder veeleisend, acht minuten durend intermezzo in dezelfde toonsoort als alternatief voor het scherzo. De eerste drie delen werden op 17 november 1881 in Wenen in première gebracht door het Winkler Quartet, met Franz Schalk als tweede altviolist. Pas in 1885 speelde het Hellmesberger Quartet het kwintet met het oorspronkelijke scherzo, met Hermann Kupka als tweede altviolist. Hertog Emanuel was zeer te spreken over de compositie en schonk Bruckner een diamanten speld. In totaal werden er tijdens Bruckners leven 23 uitvoeringen van het Kwintet gegeven.