De Oostenrijker Franz Schubert (1797 – 1828) heeft tijdens zijn leven niet echt in het voetlicht gestaan. Hij was niet een publiekslieveling zoals bijvoorbeeld zijn voorgangers Mozart en Beethoven. Toch moet Schubert gerekend worden tot een van de belangrijkste componisten uit de muziekgeschiedenis. Op de eerste plaats geniet hij bekendheid als liedcomponist.
Schubert was een allround componist. Behalve 600 liederen schreef hij missen, symfonieën en een grote hoeveelheid kamermuziek, waaronder een flink aantal strijkkwartetten. Zeer geliefde kwartetten zijn het Rosamunde kwartet en Der Tod und das Mädchen. (Zie voor deze twee kwartetten het archief). Evenals de laatste strijkkwartetten van zijn idool Beethoven kunnen de laatste kwartetten van Schubert als meesterwerken betiteld worden.
Vanaf zijn 11e schreef Schubert reeds strijkkwartetten. Er zijn verschillende strijkkwartetten of delen daarvan verloren gegaan. Men gaat er van uit dat hij er ongeveer 20 heeft geschreven.
Beschikbaar:
Uitgave Peters Verlag
Bärenreiter Verlag
De Nieuwe Schubert-uitgave is een wetenschappelijk-kritische, complete uitgave die de huidige kennis van de bronnen en de nieuwste onderzoeksresultaten weerspiegelt. Het is daarom onmisbaar voor de studie en authentieke uitvoering van Schuberts muziek.
Franz Schubert componeerde het lied 'Dood en het meisje' in 1817 en gebruikte deze melodie in 1824 in het thema-en-variaties tweede deel van zijn Strijkkwartet in d mineur D 810. De populariteit van het lied in de tweede helft van de 19e eeuw zorgde ervoor dat het strijkkwartet bekend werd onder de titel 'Dood en het meisje'. Zoals alle volwassen kamermuziekwerken van Schubert, boeit het door zijn technische perfectie en hoge intellectuele eisen. Schuberts wens om de delen motiefmatig met elkaar te verbinden is hier zeer prominent aanwezig. Opmerkelijk genoeg werd het werk tijdens zijn leven noch uitgevoerd, noch gepubliceerd. De onvolledige autograafpartituur en de postume eerste editie uit 1831 dienden daarom als bronnen voor onze uitgave.
Henle Verlag
Franz Schubert componeerde het lied 'Dood en het meisje' in 1817 en gebruikte deze melodie in 1824 in het thema-en-variaties tweede deel van zijn Strijkkwartet in d mineur D. 810. De populariteit van het lied in de tweede helft van de 19e eeuw zorgde ervoor dat het strijkkwartet bekend werd onder de titel 'Dood en het meisje'. Zoals alle kamermuziekwerken van Schubert op latere leeftijd, boeit het door zijn technische perfectie en hoge intellectuele eisen. Schuberts wens om de delen motiefmatig met elkaar te verbinden is hier zeer prominent aanwezig. Opmerkelijk genoeg werd het werk tijdens zijn leven noch uitgevoerd, noch gepubliceerd. De onvolledige autograafpartituur en de postume eerste editie uit 1831 dienden daarom als bronnen voor onze uitgave.
Schubert had slechts tien dagen nodig om zijn Strijkkwartet in G majeur te schrijven, een van zijn werkelijk monumentale kamermuziekwerken. Met zijn bijna symfonische proporties doet dit late kwartet denken aan zijn grote Strijkkwintet in C majeur. Zoals Schubert in een brief onthulde, wilde hij met dit kwartet en verschillende andere kamermuziekwerken die hij rond dezelfde tijd componeerde, de weg vrijmaken voor de grote symfonie. Het kwartet, geschreven in 1826, werd tijdens het leven van de componist niet in het openbaar uitgevoerd en werd pas lang na zijn dood gepubliceerd.
Andere strijkkwartetten van Schubert zijn op aanvraag beschikbaar.