Max Bruch was tachtig jaar oud toen hij in 1918 besloot terug te keren naar het kamermuziekgenre dat hij in zijn jonge jaren had beoefend. Geïnspireerd door vioolvirtuoos Willy Hess componeerde hij twee strijkkwintetten en een octet, monumenten van schoonheid en harmonie, aan het einde van een turbulent persoonlijk leven en te midden van een westerse wereld die op de rand van de afgrond stond. Na een album gewijd aan Beethovens kamermuziek, storten de Chamber Players van het WDR Sinfonieorchester zich nu op een van de laatste hoofdstukken van de Duitse romantische muziek, met stukken die Bruchs zwanenzang vormen.