In 1849 wendde Schumann zich tot een nieuw genre: werken voor piano en begeleidend instrument. Hij overlaadde de verschillende blaasinstrumenten systematisch met fantasieën, romances, enzovoort – en zorgde altijd ook voor een alternatieve partij voor strijkers. Zo schreef Schumann ook een alternatieve partij voor zijn Adagio en Allegro opus 70 voor hoorn en piano, namelijk voor de cello. Clara speelde het nieuwe werk samen met hoornist E. Julius Schlitterlau en schreef later in haar dagboek: "Het stuk is prachtig, fris en hartstochtelijk, precies zoals ik het graag heb!" En zelfs Schumann gaf enthousiast toe dat hij er "plezier aan had beleefd" – iets wat ook vandaag de dag nog voor veel musici geldt.